Weet wat je ziet

New header

Titel
Weet wat je ziet
Wat is de leerwerkprestatie?

In jouw toekomstige werkveld krijg je te maken met kinderen/jongeren/volwassen/cliënten  die allerlei soorten achtergronden hebben. Deze achtergrond kan van elkaar verschillen. De situatie waarin je opgroeit kan verschillen met die van de ander. Sommige mensen krijgen naast verschillende leefomgevingen ook nog te maken met ziekte, oorlogen of handicaps. Dit alles zorgt voor een verschil in waarden, normen en meningen. Iets wat je niet kent als achtergrond wordt al gauw bestempeld met vooroordelen.

Vooroordelen en discriminatie ontstaan omdat wij te weinig kennis hebben van  en begrip hebben voor de ander. Hierdoor wordt er vaak negatief over mensen met een bijzondere achtergrond gedaan.

 Jij gaat samen met mede studenten op zoek naar achtergronden van groepen mensen of kinderen waar vooroordelen over zijn.

Deze vooroordelen ga je proberen weg te nemen bij je medestudenten (en misschien ook wel bij jezelf!) door een presentatie te geven en een folder te maken met achtergrond informatie over een bepaalde doelgroep. 

Hiermee inspireer je leeftijdsgenoten om eens met andere ogen naar de doelgroep te kijken!

Aanmelden voor de LWP

Wanneer mag je beginnen?
  • Starter
Aan welke voorwaarden moet je voldoen voordat je met deze LWP mag beginnen?
TWIXX Observeren
Hoe lang ben je ermee bezig? (in SBU's)
12
Samenwerken en/of alleen?
  • Samenwerken en/of alleen

New header

Wat moet je laten zien? Wat ga je leren?

1) Wat moet je laten zien?

  • Je gaat kennis en feitelijke achtergrond informatie verzamelen over een bepaalde doelgroep; Deze gegevens verwerk je in een verslag.
  •  Over de specifieke doelgroep die jullie hebben gekozen maak je een folder.
  • Daarnaast geef je een presentatie.

 

2) Wat ga je leren

  • Je bent je bewust van algemene vooroordelen over de doelgroepen;
  • Je kunt positieve vooroordelen en negatieve vooroordelen herkennen;
  • Je kunt de overgang van vooroordelen en pesterijen naar discriminatie herkennen;
  • Je kunt je inleven in de normen en waarden van een ander
  • Je kunt door zelf te onderzoeken negatieve vooroordelen weg nemen;
  • Je kunt een ander door middel van feiten laten inzien dat vooroordelen niets meer dan een aangenomen mening zijn

New header

Hoe kan je het leren?

1) Wat zijn vooroordelen?

Je start met het individueel bekijken van het volgende filmpje. (Multiculturele samenleving: Vooroordelen en stereotypen. ) Dit geeft je een duidelijk beeld van wat een vooroordeel en een stereotype is

http://www.youtube.com/watch?v=jsPIPBUf-4k

 

Beschrijf de definitie van vooroordelen/stereotypen in je verslag

 

Maak daarnaast gebruik van de informatie die je krijgt vanuit de TWIXX Observeren.

Zie ook de TWixx Observeren Online

Denk aan begrippen als waarnemen/ observeren/ feit/ mening/subjectief/ objectief/ kwalitatief en kwantitatief/ positieve en negatieve vooroordelen

 

2) Jouw eigen vooroordelen

Doe de test op http://www.hokjestest.nl

De Hokjestest confronteert je met je eigen vooroordelen.

Hoe goed is jouw eerste indruk van anderen? Beantwoord 10 vragen over 10 willekeurige mensen en je ziet direct of je ze juist had ingeschat of niet.

Het voelt misschien een beetje gek om zo openlijk je vooroordelen te spuien, maar in je hoofd doe je dat voortdurend. Je ziet iemand, en hebt vaak meteen een bepaald idee bij een persoon. Onbewust denk je te weten in welk ’hokje’ iemand past. Soms klopt dat, maar soms zit je er helemaal naast.

Dat kan voor sommige mensen heel vervelend zijn. Bijvoorbeeld als je daarom onterecht wordt afgewezen voor een baan. Altijd in de gaten wordt gehouden in de supermarkt of geen profvoetballer zou kunnen zijn vanwege je geaardheid. De hamvraag is: gun jij mensen een tweede indruk?

 

Stop de uitslag van de test in je verslag

 

      3)  Doelgroepen waar vooroordelen over bestaan

 Maak met elkaar een lijst van 10 doelgroepen waarover vooroordelen kunnen bestaan.   Denk hierbij met name aan groepen waarmee jij straks in aanraking komt in het Sociaal Agogisch Werk

 

Te denken valt aan:

  • geadopteerde kinderen;
  • kinderen die wonen in een AZC
  • bewoners van een woonwagenkamp;
  • Marokkaanse jongeren tussen de 12 en 16 jaar;
  • Kinderen/ cliënten  met een lichamelijk beperking
  • Gehandicapten
  • Etc.

 

Voeg de lijst toe aan je verslag

 

 

4. Jullie gaan op zoek in de media en in je eigen leefomgeving naar Vooroordelen. Zorg ervoor dat je minimaal 10 artikelen/ foto’s verzamelt.

Voeg de 10 artikelen/ foto’s in je verslag

5. Jullie kiezen 1 doelgroep uit en jullie gaan je vervolgens verdiepen in de (leef) achtergrond van de doelgroep

6. Ga nu door middel van eigen onderzoek, interviews, gesprekken etc feiten beschrijven. Hiermee haal je (in veel   gevallen ) de vooroordelen weg. En noteer deze

7. Maak een informatieve folder van de doelgroep van jullie keuze

Voeg de folder toe aan je verslag

8. Alle gegevens verwerk je in een verslag en deze presenteer je.

Welke doelgroep hebben jullie gekozen?

Welke vooroordelen bestaan er over deze doelgroep?

Wat zijn de feiten?

Waar doe je de leerwerkprestatie?
  • Binnen- en Buitenschools
Welke informatiebronnen heb je nodig?

     -  Biebsearch

      - Boeken / Tijdschrift

      - Video . You Tube, DVD

      - Blogs

      - Branchegerichte / onderwerpgerichte  sites

      - De beroepsbeoefenaar, medestudent, docent

  

Welke leermiddelen heb je nodig?

internet

beroepsgerelateerde sites

boeken mbt culturen

New header

Code
LWP4445
Landschap
  • Onderwijs & Opvoeding
Auteurs
Tineke Meijer/ M Enserink
Minimum groepsgrootte
2
Maximum groepsgrootte
30