Pedagogisch Werk.13.KT2 Opvoeden en ontwikkelen van het kind/de jongere

Kerntaak
2 · Pedagogisch Werk.13
Last changed on Monday 15 April 2013 22:43
Code Pedagogisch Werk.13.KT2 Opvoeden en ontwikkelen van het kind/de jongere
Titel Opvoeden en ontwikkelen van het kind/de jongere
Volgnummer 2
Omschrijving

De pedagogisch medewerker biedt het kind/de jongere opvang/een '(tweede) thuis' en begeleiding. Zij wisselt bij het komen en gaan van de kinderen/jongeren dagelijkse informatie uit met de ouders/vervangende opvoeders. Ze houdt zicht op kinderen/jongeren in de groep en zorgt voor een optimaal groeps- en leefklimaat. Ze signaleert problemen in de interactie tussen kinderen/jongeren in de groep en begeleidt hen daarbij. Ze handhaaft orde, reageert op agressie en treedt regelend op bij in de groep ongewenst gedrag. De pedagogisch medewerker levert een bijdrage aan de uitbreiding van het gedragsrepertoire van het kind/de jongere door voorbeeldgedrag te tonen en door het kind/de jongere zonodig feedback te geven op zijn gedrag en alternatieven te bespreken. Ze begeleidt het kind/de jongere bij het omgaan met beperkingen of gedragsproblemen. Ze voedt kinderen/jongeren (mede) op, ze draagt waarden en normen over en leert kinderen/jongeren omgaan met praktische zaken (zoals persoonlijke eigendommen, financiën, huiswerk). De pedagogisch medewerker signaleert voortgang en/of afwijkingen in de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind/de jongere. Zonodig adviseert zij ouders/vervangende opvoeders bij opvoedingsvraagstukken.

De pedagogisch medewerker biedt het kind/de jongere persoonlijke verzorging of ondersteunt hem bij ADL-activiteiten (algemene dagelijkse levensverrichtingen). Zonodig verstrekt zij informatie(bronnen) over hygiëne, gezondheid en persoonlijke verzorging. Ze signaleert bij de verzorging of ondersteuning voortgang en/of afwijkingen in de ontwikkeling. Zij signaleert symptomen van de meest voorkomende ziekten en verleent eerste hulp bij kleine ongevallen. Ze informeert de ouders/vervangende opvoeders.

De pedagogisch medewerker draagt zorg voor de ruimte en huishoudelijke werkzaamheden. Zij toetst de leefruimte en de spel- en speelmaterialen op geschiktheid voor de gebruiksdoelen, uitdagendheid, veiligheid, hygiëne en milieurichtlijnen en past indien gewenst of nodig de leefruimte en het gebruik van spel-/speelmaterialen aan. Ze zorgt ervoor dat de huishoudelijke taken uitgevoerd worden door haarzelf of uitgevoerd kunnen worden door andere beroepskrachten.
De pedagogisch medewerker 4 jeugdzorg stemt de uitvoering van huishoudelijke taken af met het kind/de jongere.

De pedagogisch medewerker biedt het kind/de jongere ontwikkelingsgerichte activiteiten aan. Zij organiseert de activiteiten, voert ze uit (eventueel met behulp van anderen), kiest sport-, spel- en speelmateriaal en begeleidt en stimuleert individuele kinderen/jongeren of een groep(je) kinderen/jongeren bij de activiteiten. Ze signaleert voortgang en/of afwijkingen in de ontwikkeling van het kind/de jongere bij de uitvoering van de ontwikkelingsgerichte activiteiten. Eventueel enthousiasmeert ze betrokkenen (ouders, vrijwilligers) om een bijdrage te leveren aan de uitvoering van de activiteiten en werkt ze met hen samen. Zonodig stimuleert en adviseert ze ouders met betrekking tot het thuis uitvoeren van (spel)activiteiten met hun kind.

De pedagogisch medewerker 4 jeugdzorg ondersteunt het kind/de jongere bij werk, scholing en vrije tijd. Zij biedt het kind/de jongere informatie(bronnen) aan over (vrije)tijdsbesteding, werken en leren, waarmee het kind/de jongere zijn leefsituatie kan optimaliseren en ondersteunt hem daarbij. Ze motiveert en activeert het kind/de jongere bij het benutten en versterken van zijn gewenste sociale netwerk. Ze stimuleert het kind/de jongere tot eigen initiatief en geeft waar nodig advies, aanwijzingen, voorbeelden en keuzemogelijkheden. Ze betrekt zoveel mogelijk het gezin en het sociale netwerk van het kind/de jongere.

Toelichting:
Bij 2.1
De pedagogisch medewerker 3 kinderopvang houdt zich bezig met reguliere opvoedingsactiviteiten, de gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang en de pedagogisch medewerker 4 jeugdzorg richten zich op begeleiding van kinderen/jongeren, waarbij sprake is van ontwikkelingsachterstanden of opvallend gedrag en in het geval van de pedagogisch medewerker 4 jeugdzorg ‘drang en dwang’.

In het kader van overleggen met en overtuigen van het kind/de jongere, is taalbeheersing voor de pedagogisch medewerker van groot belang.

Omgaan met agressie geldt zowel voor agressie door de kinderen/jongeren en de ouders/vervangende opvoeders als voor dreiging van buitenaf. Het kan gaan om agressie richting de pedagogisch medewerker of gericht op de kinderen/jongeren of anderen. Omgaan met agressie houdt in: signaleren, voorkomen, ermee omgaan en ervan leren.

Bij 2.2
ADL-activiteiten (algemeen dagelijkse levensverrichtingen): uiterlijke verzorging, eten en drinken, toiletbezoek en aan- en uitkleden.

Bij 2.3
De gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang handelt vanuit haar visie op de inrichting van de ruimte, die gebaseerd is op het beleid van de organisatie.

Bij 2.4
Bij het aanbieden van activiteiten speelt de pedagogisch medewerker in op behoeften en interesses van de kinderen/jongeren, zodat de kinderen/jongeren deelnemen aan activiteiten die aansluiten bij hun ontwikkeling en belevingswereld. Het gaat om volgen en uitdagen, vermaken en ontplooien. Maar ook om het bieden van de vrijheid om niets te doen.

De pedagogisch medewerker bewaakt de veiligheid van de kinderen bij het uitvoeren van activiteiten.
 
Vanwege de rol die ze speelt bij de taalontwikkeling van de kinderen, is taalbeheersing voor de pedagogisch medewerker in de kinderopvang van groot belang.

Bij 2.5
Bij het gewenste netwerk van het kind/de jongere in de jeugdzorg gaat het om bijv. familie, vrienden, clubs.
Kwalificatiedossier
Loading...
Loading...
Loading...
Loading...
Loading...